Tekenalarm:
code rood
Tekst: John van Schagen
Tekenbeten.
U heeft er vast ooit wel eens iets over gehoord of gelezen. Vervelende kleine
beestjes die behoorlijk wat jeuk en irritatie opleveren. Toch blijft het daar
niet altijd bij. Chantal Geilen
bijvoorbeeld, was twaalf jaar toen ze zeer waarschijnlijk op een
scoutingkamp in België werd geïnfecteerd. Zonder het zelf te weten. Een
ellenlange lijdensweg was het gevolg die haar zelfs veroordeelde tot een
permanent verblijf in een rolstoel. De meeste Nederlanders hebben dan ook geen
enkele weet van de schade die de kleine parasiet kan veroorzaken en zelfs
doktoren blijken vaak regelrechte tekenleken. Dit terwijl er naar schatting
jaarlijks enkele honderdduizenden mensen gebeten worden. Soms met desastreuze
gevolgen.
Nu de lentekriebels bij veel
Nederlanders weer volop zijn gaan opspelen, is het ook meteen oppassen geblazen.
U kunt er van op aan dat u in het bos, park, natuur- of recreatiegebied bij u in
de buurt wordt vergezeld door talrijke pietepeuterige parasieten die het op u
gemunt hebben. Als getrainde sluipschutters wachten ze in een boom, struik of
graspol tot u langsloopt om zich vervolgens op uw lichaam te laten vallen. De
teek vormt een ware bedreiging voor wie graag en veel in de groene stukjes van
ons land mag vertoeven. En wie denkt dat een beet van zo’n klein beestje
altijd onschuldig is en net zoals het overgrote merendeel van de Nederlanders
een bezoekje aan de huisarts onnodig acht, moet zich maar even goed schrap gaan
zitten. Een enkel hapje van de parasiet kan namelijk leiden tot de beruchte
ziekte van Lyme, een bacteriële infectieziekte die chronische aandoeningen aan
de gewrichten, het zenuwstelsel, de huid en het hart tot gevolg heeft. Chantal
Geilen heeft veel van die ziekteverschijnselen al meegemaakt.
“Ik was twaalf jaar toen ik
tijdens een scoutingkamp in België ineens allemaal vage klachten kreeg. Koud,
rillingen over mijn hele lijf en plotselinge aanvallen van bewusteloosheid.
Niemand snapte er iets van, want ik leefde altijd best gezond. Zo deed ik onder
meer vrij fanatiek aan judo en zwemmen. Thuisgekomen heeft mijn moeder me naar
de dokter gestuurd, maar die kon niets vinden. Toch bleven de klachten aanhouden
en werden eigenlijk alleen maar erger. Ik ben een klein jaar later bij een
neuroloog terecht gekomen en die had het op een gegeven moment zelfs over een
hersentumor. Sporten ging toen al niet meer, want de vermoeidheid sloeg steeds
harder toe. Ik zakte regelmatig gewoon door mijn benen. Het was een
donderdagmorgen in 1999 toen ik wakker werd en merkte dat het gevoel in mijn
benen was verdwenen. De dokter is toen langs geweest en verwees me door naar het
ziekenhuis. Het duurde nog tot de volgende dag voordat de ambulance kwam en
eenmaal in het ziekenhuis werd ik niet behandeld door de neuroloog waarmee mijn
huisarts eerder contact had gehad. Die man stuurde me eigenlijk meteen weer naar
huis terwijl het gevoel in mijn benen nog helemaal weg was. Drie maanden daarna
ben ik opgenomen in het ziekenhuis, maar ondanks een aantal medische testen
konden ze nog steeds niks vinden. Die neuroloog zei toen: het zal wel tussen
haar oren zitten. Ik ben vervolgens van het kastje naar de muur gestuurd, overal
geweest en eigenlijk wist geen dokter me te vertellen wat ik nu precies
mankeerde. Mijn moeder is later naar een homeopaat gegaan die de klachten als
eerste met Borrelia in verband bracht, de bacterie die Lyme veroorzaakt. Van hem
heb ik medicijnen gekregen, maar die maakten de klachten eigenlijk alleen maar
erger. Mijn ogen gingen snel achteruit, ik kreeg huidklachten, spastische
neigingen en had soms zomaar een paar dagen de grootste moeite om rustig te
kunnen ademhalen.
Het verhaal van Chantal is één van
de vele praktijkvoorbeelden waaruit blijkt dat er met de diagnoseafstelling en
behandeling van tekenbeten nog veel mis is. En dat kan voor slachtoffers onnodig
veel ellende veroorzaken, want een beet is heel goed te behandelen als je de
teek er maar snel en op de juiste manier uithaalt. Artsen van het Rijksinstituut
voor Volksgezondheid en Milieu constateren een alarmerende toename van het
aantal tekenbeten sinds midden jaren negentig. Uit een enquête blijken de ruim
7300 huisartsen die ons land telt in 2001 samen 65.000 tekenbeten te hebben
gezien, een verdubbeling sinds 1996. In 13.000 gevallen was er al sprake van de
beruchte rode huidring op de plek van de beet, een signaal dat de ziekte van
Lyme het eerste stadium bereikt heeft. Schattingen over het daadwerkelijke
aantal tekenbeten gaan nog veel verder, zelfs tot tien à vijftien keer het
aantal dat door doktoren is gezien. En dan praten we alleen nog maar over de
hoeveelheid beten in Nederland. Bekend is dat nog eens duizenden landgenoten die
het buitenland opzoeken voor een vakantie, ieder jaar het slachtoffer worden van
een teek.
Het vaststellen van de ziekte is net
zoals een juiste behandeling al jaren inzet van discussie, die onlangs in
Nederland werd verhevigd door het uitkomen van nieuwe richtlijnen. Allereerst de
Elisa-test, de standaardproef in ons land om vast te stellen of iemand Lyme
heeft. Deskundige A. Klusman neemt de uitslagen van deze screening hevig in
twijfel. “Het is al vaker gebleken dat de proef niet altijd betrouwbaar is.
Slachtoffers van een tekenbeet krijgen pas antibiotica als de test uitwijst dat
ze Lyme zouden hebben en dat vind ik onbegrijpelijk. In Amerika krijgt iedereen
meteen een kuur na een beet.” Ook bij de behandeling zelf stelt Klusman de
nodige vraagtekens. “De Nederlandse richtlijnen die in 2003 door het
Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg (CBO) zijn opgesteld zeggen dat je
maximaal vier weken mag worden behandeld met antibioticamiddelen. Daarna zou dat
geen zin meer hebben. Vreemd, want in Amerika worden patiënten veel langer
doorbehandeld, soms wel enkele jaren.” Klusman wordt in zijn opvattingen
volgens eigen zeggen gesteund door legio andere artsen en psychiaters. “De
werkgroep van het CBO heeft de richtlijnen klakkeloos gekopieerd van een groepje
zogenaamde deskundigen uit de Verenigde Staten, die zich naar mijn idee iets
teveel door bepaalde medicijnfabrikanten van de diagnosetesten hebben laten
leiden.” De Vereniging voor Lymepatiënten is het niet eens met die kritiek.
“Wij hebben zelf meegewerkt aan de richtlijn. Over Lyme is nog weinig bekend
en daarom moet de inhoud over een paar jaar wel weer worden aangepast”, zegt
verenigingssecretaris Ida Hoogeboom. “Het wordt tijd dat de overheid haar
voorlichtende taak oppakt, want die doet tot dusver erg weinig aan dit groeiend
ziekteprobleem.”
Deskundigen, de overheid, doktoren
en patiënten; niemand weet precies hoe Lyme het beste kan worden bestreden.
Iets waar Chantal Geilen over mee kan praten. Door regelrecht geklungel van haar
behandelende artsen zit ze nu in een rolstoel en wordt zo nog iedere dag
geconfronteerd met de gevolgen van die ene tekenbeet. Uitzicht dat ze ooit weer
helemaal beter wordt, is er voorlopig niet. Chantal moet met haar handicap leren
leven. “Ik probeer er het allerbeste van te maken. In juni hoop ik mijn
diploma te halen en ergens een baan te krijgen als administratief medewerker.
Makkelijk zal dat waarschijnlijk niet worden, want mensen in een rolstoel komen
zeker in deze economisch mindere tijd gewoon moeilijk aan het werk. Maar ik zit
zeker niet stil thuis niks te doen. Veel tijd stop ik in mijn website
www.teekcare.nl waar mensen alles kunnen lezen over Lyme. Behandeld voor de
ziekte word ik niet, is trouwens nooit echt gebeurd. Wel ga ik nog steeds iedere
week een keer of twee, drie naar de fysiotherapeut
en eens per jaar naar een revalidatiearts. Ook zit ik nog in het
alternatieve circuit, want ja, je blijft proberen. En vooral hopen.”
Hoe
moet je een teek verwijderen?
Je loopt door het gras en
ineens voel je dat een piepklein beestje zich aan je bovenbeen heeft
vastgeklampt. Wat doe je? Het belangrijkste is om ervoor te zorgen dat de teek
zijn lichaamsvocht niet in je bloedbaan spuit. Probeer daarom een teek nooit met
alcohol, iets scherps of een brandende sigaret te verwijderen, want door de
schrikreactie is de kans groot dat hij zijn mogelijk geïnfecteerde vocht naar
binnen spuit. Met een lichte draai er af trekken is het veiligst en verdient de
voorkeur. Dierenwinkels en apothekers verkopen speciale tekentangen waarmee het
diertje ook goed is te verwijderen. Hierna is het zaak om de wond te
desinfecteren. Wanneer je enkele weken of maanden daarna op de plek van de beet
toch een rode vlek ziet verschijnen, is het zaak om zo snel mogelijk de huisarts
te alarmeren. De teek heeft dan toch gebeten en antibiotica is de volgende
logische stap. Hier geldt, hoe sneller, hoe beter.
De
ziekte van Lyme
De
Zweedse dermatoloog Afzelius was in 1910 de eerste die over de gevaren van teken
sprak. Twee Franse geneeskundigen constateerden tien later bij een patiënt een
verlamming die werd toegeschreven aan de beet van een teek. In 1975 werd de
ziekte herontdekt toen enkele tientallen bewoners van het zeer bosrijke
Noord-Amerikaanse plaatsje Lyme allerlei vreemde klachten vertoonden en
onderzoekers de link legden met de eerder die eeuw in Europa gevonden
tekenziekte. De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de Borrelia burgdorferi.
Ongeveer de helft van de teken is geïnfecteerd met deze bacterie. Na een beet
van een besmette teek ontstaat meestal binnen enkele maanden een rode vlek op de
huid die alsmaar groter wordt. Griep, koorts, spierpijn en vermoeidheid zijn de
eerste klachten. Door een snelle behandeling blijft het hier doorgaans bij. Het
uitblijven daarvan kan leiden tot chronische gewrichtspijnen, gedeeltelijke
verlammingen, aandoeningen aan het zenuwstelsel, hartkloppingen, oogklachten en
psychiatrische stoornissen.