Stukje over mij geschreven bij De Uitdaging voor... Deze website is vooral online gekomen ivm het jaar 2003 het jaar van de gehandicapte mens was.

Chantal Geilen:
'Soms maak ik me nog wel eens kwaad, vooral als mensen tegen Sander praten in plaats van tegen mij en ik niet op het gesprek in kan breken. Maar dat is iets wat iedereen moet leren.'

‘Tijdens mijn pubertijd kreeg ik de ziekte van Lyme. Daardoor kwam ik in een rolstoel terecht. Een aantal vrienden heeft me toen laten vallen, maar gelukkig heb ik daar, voornamelijk via internet, weer nieuwe voor teruggekregen. Echte vrienden, waar ik veel mee onderneem. Naar de Efteling bijvoorbeeld, als ik ergens niet zomaar in kom tillen ze me gewoon. En als ik bij iemand blijf logeren, helpen ze me even in mijn pyjama.’

Afstand
‘Ik heb mijn vriend Sander leren kennen via een chatmeet van de fans van After Forever. Hij woont in Renkum en ik in Geleen: dat betekent voor mij 3 uur reizen. Door gehannes met mijn rolstoel mis ik regelmatig mijn treinoverstap. Maar dat weerhoudt me niet van reizen. Al blijft het spannend of er wel iemand bij mijn bestemming staat om me uit de trein te helpen. Ik heb al heel wat trajecten onvrijwillig gezien...’

Relatie
‘Weet je dat er weinig bekend is over relaties tussen mensen met en zonder handicap? Terwijl ik zelf heb ervaren dat je veel meer met praktische zaken rekening moet houden dan anderen denken. Dat geldt voor beide partners: ik heb geleerd Sander om hulp te vragen en te accepteren dat hij me tilt en omkleedt en dergelijke. Hij heeft geleerd te accepteren dat hij dan moet bijspringen en wat hij dan moet doen.’

Toekomst
‘We zien elkaar alleen in de weekenden en ondernemen dan vaak iets. Wandelen, naar Zandvoort, bioscoopje pikken en concerten bezoeken. We zijn beiden dol op muziek, voornamelijk Gothic. Daarnaast zien we onze vrienden vaak. We denken ook aan later: kinderen krijgen en samenwonen. Ja, dat kunnen wij ook gewoon doen!’

‘Soms maak ik me nog wel eens kwaad, vooral als mensen tegen Sander praten in plaats van tegen mij en ik niet op het gesprek in kan breken. Maar dat is iets wat iedereen moet leren. Ook als ik spastisch ben of in een rolstoel zit of blind ben of weet ik wat voor handicap, ik ben een mens. De meeste mensen doen normaal tegen me, daar ben ik blij om.’